Katholieke vriendjes had ik niet. Mijn jeugd was de glorietijd van de verzuiling. Op onze christelijke school zaten geen andersdenkenden. Onze straat was van woningbouwvereniging Patrimonium en daar woonden alleen maar protestanten. Dat was goed te zien in de verkiezingstijd. Er hingen heel veel biljetten van de AR, iets minder van de CHU, enkele van de PvdA en één van de SGP. Die hing bij ons voor het raam, tot groot genoegen van mijn moeder. Zondagsmorgens gingen vrijwel alle deuren open en ging ieder gezin zijns weegs: elk naar zijn eigen kerk. Kom daar nu nog maar eens om in Amsterdam.

Lees het complete artikel in pdf